Dondervliegjes in huis duiken meestal op tijdens warme, drukkende dagen: piepkleine zwarte vliegjes die overal tegelijk lijken te zitten en enorm kunnen kriebelen.
In dit artikel lees je wat dondervliegjes precies zijn, waarom je ze vooral vlak voor onweer ziet, en hoe je ze onderscheidt van vliegjes die wél op een probleem in je afvoer wijzen.
Samengevat:
Dondervliegjes zijn eigenlijk tripsen: piepkleine insecten die bij warm, vochtig en windstil weer massaal opduiken. Ze zijn onschadelijk maar hardnekkig lastig.
Dondervliegjes, ook wel onweersbeestjes, onweersvliegjes of donderbeestjes genoemd, zijn geen aparte insectensoort. Het is een volksnaam voor tripsen (officieel: Thysanoptera) en dan meestal specifiek de graantrips.
Het zijn piepkleine insecten van amper 1 tot 2 millimeter, met een donkerbruin tot zwart lijfje en smalle, gerafelde vleugeltjes. Ze voeden zich met plantensappen uit granen, gras en siergewassen, niet met afvalwater of etensresten zoals andere kleine vliegjes in huis.
Dondervliegjes houden zich normaal hoog in de lucht op. Bij warm, vochtig en windstil weer, precies de omstandigheden vlak voor een onweersbui, zakken ze lager en komen ze plots massaal in beeld.
Omdat ze zelf nauwelijks kunnen vliegen, blijven ze bij weinig wind gewoon hangen in plaats van weggeblazen te worden. Vandaar dat je ze vooral opmerkt op broeierige zomerdagen, in de tuin, op het terras of vlak bij velden met granen of uien.
Goed om te weten: dondervliegjes voorspellen geen onweer, ze zijn gewoon een teken dat de lucht warm en drukkend is, wat vaak wel samenvalt met onweer op komst.
Dondervliegjes zijn niet gevaarlijk voor mensen. Ze steken normaal gezien niet en dragen geen ziektes over. Sommige mensen voelen wel een licht prikje of jeuk als een dondervliegje op de huid landt, maar dat is onschuldig.
Voor planten en gewassen liggen de zaken anders. Tripsen zuigen plantensap op en kunnen bij grote aantallen zichtbare schade veroorzaken aan sierplanten, groenten en granen. In de landbouw worden ze dan ook wel degelijk als plaag beschouwd.
Veel mensen die kleine vliegjes in huis zien, denken meteen aan dondervliegjes. Maar wie de vliegjes vooral rond de afvoer, gootsteen of het toilet ziet, heeft in de meeste gevallen te maken met een heel ander beestje: het rioolvliegje (ook wel motmug genoemd).
Het verschil zit vooral in uiterlijk en locatie:
Blijven de vliegjes dus terugkomen bij je keuken, douche of wc, ook als het buiten allang niet meer drukkend is? Dan wijst dat eerder op een verstopte of vervuilde afvoer dan op het weer.
Dondervliegjes helemaal bestrijden is niet echt mogelijk en ook niet nodig: het is een tijdelijk verschijnsel dat vanzelf overwaait zodra het weer omslaat. Wel kan je de overlast flink beperken.
Chemische bestrijdingsmiddelen hebben weinig zin: tegen de tijd dat je iets sprayt, is de vlaag vaak alweer voorbij.
Nee. Donderbeestjes zijn niet gevaarlijk voor mensen en brengen geen ziektes over. Soms kan een exemplaar dat op je huid terechtkomt een licht prikkend of jeukend gevoel veroorzaken. Dat is vervelend, maar doorgaans snel weer voorbij.
Niet zoals een mug, bij of wesp: onweersvliegjes hebben geen angel. Sommige tripsen kunnen de huid wel oppervlakkig aanprikken met hun monddelen. Dat kan even jeuken of een klein rood plekje veroorzaken, maar ze voeden zich niet met mensen.
Meestal hoef je niets bijzonders te doen. Zuig de vliegjes op met de stofzuiger en houd ramen en deuren tijdelijk gesloten tijdens warm, drukkend weer. Fijnmazige raamhorren helpen voorkomen dat nieuwe exemplaren binnenkomen. Blijven ze langere tijd aanwezig, controleer dan ook je kamerplanten op tripsen.
Ze komen vooral van akkers, tuinen en gewassen in de omgeving. Bij broeierig weer laten ze zich door de wind meevoeren en belanden zo in woonwijken. Binnen zoeken ze warmte, licht en soms overwinteringsplekken in kieren of achter behang.
Blijven de vliegjes ondanks droog en rustig weer gewoon terugkomen en vooral rond je afvoer, gootsteen of toilet? Dan gaat het hoogstwaarschijnlijk niet om dondervliegjes maar om rioolvliegjes die zich voeden met vuil en biofilm dieper in je riool of leidingen.
Guido De Wever spoort in dat geval de exacte bron op met een inspectie en reinigt de afvoer grondig, zodat de vliegjes niet blijven terugkomen.